Dossier Klimaatscans
Van Ecoscores in de supermarkt tot Europese rapporteringsregels en reductiedoelstellingen: de vraag naar inzicht in de klimaatimpact van ons voedsel groeit. Voor dierlijke producten en producten die weinig bewerking ondergaan, zoals groenten en fruit, ligt het zwaartepunt van die klimaatimpact bij de landbouw. Maar hoe bereken je de klimaatimpact van een landbouwproduct? En belangrijker nog: hoe haal je die impact naar beneden? Klimaatscans bieden hierop een antwoord.
Ontdek alles over Klimrek
Wat doet ILVO?
-
ILVO ontwikkelde klimaatscans voor melkvee-, akkerbouw-, varkens-, vollegrondsgroenten- en fruitbedrijven en (binnenkort) vleesveebedrijven. -
ILVO leidt klimaatconsulenten op die landbouwers begeleiden bij het uitvoeren van een klimaatscan. -
ILVO ondersteunt de integratie van klimaatscans binnen de voedingsketen, zowel voor leveranciers als afnemers van landbouwproducten. -
ILVO onderzoekt de klimaatimpact van plantaardige en dierlijke productie om klimaatscans continu te verfijnen.
Wat bepaalt de klimaatimpact van ons voedsel?
Hoeveel broeikasgassen komen er precies vrij bij de productie van ons voedsel? Om die vraag te beantwoorden, moeten we verder kijken dan enkel het landbouwbedrijf of de winkel. We moeten de volledige levensloop van een product onder de loep nemen. Die levensloop omvat een hele reeks opeenvolgende stappen, die elk apart hun deel bijdragen aan de totale uitstoot van broeikasgassen.
Neem nu het voorbeeld van een glas melk. Om de klimaatimpact hiervan te begrijpen, volgen we de volledige keten zoals die in de onderstaande figuur is weergegeven. Het proces begint al ver vóór de eigenlijke melkproductie, bij de ontginning van grondstoffen en de productie van inputs. Denk hierbij aan de energie die nodig is voor het maken van pesticiden of het telen van veevoeder. Op de melkveehouderij zelf zijn het vervolgens vooral de methaanemissies van de koeien, opslag van mest en eigen productie van voeder die de voetafdruk bepalen. Daarna gaat de reis verder: in de zuivelfabriek wordt de melk verwerkt en verpakt, waarna het transport naar het verkooppunt volgt. Hierbij spelen energieverbruik en koeling een rol. Ten slotte eindigt de cyclus bij jou thuis tijdens de consumptie en de uiteindelijke afvalverwerking van de verpakking.
Kortom: vooraleer een voedingsproduct op tafel staat, is er een volledige keten van activiteiten afgelegd. Zoals de figuur aantoont, is elke fase een schakel waar energie wordt verbruikt en emissies optreden, wat samen de uiteindelijke klimaatimpact van ons voedsel bepaalt.

Bij dierlijke producten, zoals rundsvlees, eieren of melk, worden meer dan 80% van de broeikasgassen uitgestoten op het landbouwbedrijf en in de toeleverende keten (meststofproductie, productie van aangekochte voeders, energie etc.). Hetzelfde geldt voor verse groenten en fruit. Voor sterk verwerkte producten zoals bier of suiker neemt de fase van verwerking en transport dan weer de bovenhand. Correcte informatie over de klimaatimpact van landbouwfase is dus essentieel als we inzicht willen krijgen op de klimaatimpact van een voedingsproduct.

Hoe bereken je de klimaatimpact van een landbouwproduct?
Om de klimaatimpact van landbouwproducten zoals melk, varkensvlees of aardappelen te berekenen, kan je een klimaatscan uitvoeren. Zo’n scan vertrekt van een vragenlijst waarmee informatie verzameld wordt over de praktijken op het landbouwbedrijf:
- Hoeveel en welke meststoffen werden gebruikt?
- Hoeveel opbrengst was er?
- Hoeveel diesel werd er verbruikt?
- Wat kregen de dieren te eten en van waar kwam dat voer?
- …
De uitstoot van broeikasgassen op het bedrijf zelf (vb. methaanuitstoot van de runderen) wordt bepaald via internationaal afgesproken rekenregels. Voor aangekochte producten (vb. meststoffen) wordt de broeikasgasuitstoot uit databanken gehaald. In die databanken zijn berekeningen terug te vinden van gemiddelde praktijken, zoals de gemiddelde broeikasgasuitstoot bij de productie van een bepaalde meststof.
Kader: CO₂-equivalenten
De klimaatimpact van een product wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten. Dat is een manier om verschillende broeikasgassen met elkaar te vergelijken. Eén CO₂-equivalent staat voor het opwarmend effect van één molecuul koolstofdioxide (CO₂). Sommige gassen hebben een krachtiger effect op klimaatopwarming dan CO₂. Methaan (CH4, uit de vertering bij herkauwers) warmt de aarde ongeveer 27 keer sterker op dan CO₂. Lachgas (N2O, uit mest en bemesting) is nog krachtiger: 273 keer sterker dan CO₂. Door alle broeikasgassen om te rekenen naar CO₂-equivalenten, kunnen we de totale klimaatimpact van een bedrijf in één cijfer uitdrukken.
Klimrek: een klimaatscan op maat van Vlaanderen
Klimrek is een klimaatscan speciaal ontwikkeld voor Vlaamse landbouwbedrijven. Met de scan kan een landbouwer berekenen hoeveel zijn of haar bedrijf en producten bijdragen aan de klimaatverandering. Klimrek bestaat voor melkvee-, akkerbouw-, varkens-, vollegrondsgroenten- en fruitbedrijven en binnenkort ook voor vleesveebedrijven.
Een opgeleide klimaatconsulent begeleidt de landbouwer bij de scan. Die helpt bij het verzamelen van de nodige gegevens, licht de resultaten toe en maakt duidelijk waar het bedrijf sterk presteert en waar verbetering mogelijk is. Met behulp van scenario’s kan de consulent tonen welke maatregelen vaak het meest effect hebben, en welke ingrepen haalbaar zijn binnen de context van het bedrijf.

Kader: Automatisch data delen via DjustConnect
Om een klimaatscan uit te voeren zijn veel data nodig. Veel van deze data zijn al digitaal beschikbaar, denk bijvoorbeeld aan de verzamelaanvraag of melkfacturen. Om te voorkomen dat de landbouwer deze gegevens opnieuw moet ingeven, maakt Klimrek gebruik van DjustConnect. Met dit digitaal dataplatform kunnen landbouwers hun bedrijfsgegevens veilig delen met erkende partijen, zoals adviseurs of tools, terwijl ze zelf controle behouden over wie hun data ziet en mag gebruiken. Gegevens worden pas gedeeld als de landbouwer expliciet toestemming geeft. Zo kunnen klimaatscans zoals Klimrek automatisch data ophalen (bv. uit de verzamelaanvraag). Dit bespaart de landbouwer tijd én zorgt voor correctere gegevens.
Meer dan klimaatimpact
Om probleemverschuivingen te voorkomen, maakt Klimrek gebruik van een rekenmethode die levenscyclusanalyse – of kortweg LCA - heet. Via LCA wordt niet enkel de klimaatimpact, maar ook de bredere impact op het milieu van de volledige levenscyclus van een product bekeken. Naast de klimaatimpact berekent de Klimrektool dus ook effecten op o.a. verzuring, vermesting, landgebruik en wateruitputting. Door deze effecten mee in beeld te brengen, vermijden we dat landbouwers maatregelen nemen die voor een verlaging van de klimaatimpact zorgen, maar op andere milieuvlakken nadelig zijn.
Wat 550 klimaatscans op melkveebedrijven ons leren
Tussen 2022 en 2024 werden in totaal 550 Klimrek scans uitgevoerd op 332 Vlaamse melkveebedrijven. Een analyse van deze scans toont grote verschillen in de klimaatimpact, die varieert van 0,64 tot 1,76 kg CO2-equivalenten per kilo meetmelk ( een gestandaardiseerde melkhoeveelheid, gebruikt om de melkproductie van verschillende koeien of bedrijven eerlijk te vergelijken), met een gemiddelde van 1,00 kg CO2-equivalenten (zie figuur 4). Dit toont aan dat er nog veel potentieel voor verbetering is, maar ook dat enkele bedrijven zeer goed scoren.
ILVO analyseerde wat deze klimaattoppers onderscheidt en welke lessen we van hen kunnen leren. Efficiënt voederen, een hoge melkproductie per koe bereiken en een goed jongveemanagement leiden doorgaans tot een lage klimaatimpact. Daarnaast scoren bedrijven die weinig soja gebruiken in hun rantsoen zeer goed. Een verhoging van het aantal koeien of de schaalgrootte op zich heeft noch een positieve, noch een negatieve impact. Daarnaast leerden we ook dat er een bijzonder grote diversiteit is binnen de melkveesector en dat er geen één manier is om klimaatvriendelijke melk te produceren. Lees hier de volledige analyse.

Wat na de klimaatscan?
De klimaatscan vormt de start van een begeleidingstraject. Na de scan bespreken landbouwer en consulent samen welke maatregelen passen bij het bedrijf en in welke volgorde ze best worden aangepakt. Door in de daaropvolgende jaren opnieuw te scannen, kunnen de vooruitgang en het effect van de maatregelen nauwgezet opgevolgd worden. Uit de benchmarkanalyse blijkt dat bedrijven die jaarlijks een scan uitvoeren hun klimaatimpact sneller laten dalen dan bedrijven die slechts één keer deelnemen: tussen 2021 en 2023 realiseerden terugkerende bedrijven een daling van 0,06 kg CO₂‑eq per kilogram meetmelk. Deze opvolging helpt landbouwers om stap voor stap efficiënter te produceren en hun bedrijf klimaatrobuuster te maken.
Wie maakt gebruik van klimaatscans?
De interesse in klimaatscans groeit vanuit drie richtingen. Ten eerste willen landbouwers weten waar ze staan en welke maatregelen haalbaar zijn om hun klimaatimpact te verlagen. Een scan geeft hen inzicht én concrete verbeteropties. Ten tweede hebben afnemers, zoals zuivelbedrijven en aardappelverwerkers, cijfers nodig voor hun duurzaamheidsrapportering. Europese regels zoals de CSRD verplichten hen om ook de uitstoot in hun toeleveringsketen (scope 3) in kaart te brengen. Ten derde gebruikt ook de overheid klimaatscans om reductiedoelen te halen en subsidies slim in te zetten. Via de Vlaamse kennisportefeuille kunnen landbouwers tot 70% van de kostprijs van een scan en advies terugbetaald krijgen. Zo wordt klimaatvriendelijk produceren niet alleen haalbaar, maar ook aantrekkelijk.
Kader: Wat is CSRD?
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is Europese wetgeving die grote bedrijven verplicht om transparant te rapporteren over duurzaamheid. Dat gaat niet alleen over hun eigen uitstoot, maar ook over de emissies in hun toeleveringsketen – de zogenaamde scope 3-emissies. Voor voedingsbedrijven betekent dit dat ze inzicht moeten krijgen in de klimaatimpact van landbouwproducten die ze aankopen. Klimaatscans zoals Klimrek helpen om die cijfers betrouwbaar en onderbouwd aan te leveren. Zo wordt rapporteren niet alleen een verplichting, maar ook een kans om samen met landbouwers stappen te zetten richting een klimaatvriendelijke keten.
Conclusie: Klimaatvriendelijk loont
Klimaatvriendelijk produceren is geen extra last, maar vaak een slimme keuze. Maatregelen die de uitstoot verlagen zoals efficiënter voederen, minder energieverbruik of beter mestbeheer zorgen meestal ook voor een lager gebruik van grondstoffen en dus voor kostenbesparing. Bedrijven die hun klimaatimpact kennen, kunnen bovendien beter inspelen op vragen van afnemers en op nieuwe marktkansen. Met een klimaatscan zet je de eerste stap: inzicht krijgen, verbeterpunten ontdekken en samen met een consulent een haalbaar plan uitwerken.
Meer weten?
Ontdek alle info op www.klimrekproject.be.
Contacteer een expert
Veerle Van linden
Klimaatslimme landbouw en energie
ILVO-ELK